Wettelijke regels

 

WET- EN REGELGEVING

 

Geschiedenis
Met de komst van de centrale verwarming werden bij veel huizen en bedrijfspanden olietanks geplaatst voor de opslag van de benodigde ‘huisbrandolie’ (hbo). Dit gebeurde zowel boven- als ondergronds. Na de vondst van aardgas gingen steeds meer installaties over op deze nieuwe brandstof. Aanvankelijk bleven de olietanks ongebruikt achter. Met het toenemen van het milieubewustzijn werd duidelijk dat hier iets aan moest worden gedaan. In de beginperiode werden de tanks nog leeggehaald en vervolgens afgevuld met zand of soms met schuim. Tegenwoordig is dit niet meer afdoende en moeten de tanks na leegzuigen en schoonmaken worden verwijderd (als dat tenminste technisch haalbaar is). Dit dient plaats te vinden door daartoe erkende bedrijven en volgens de regels die de overheid daarvoor heeft opgesteld.

 

Wettelijke regels voor tanksanering
Pas sinds 1 maart 1993 zijn er wettelijke regels voor het saneren van tanks. Tot die tijd werden er ook al tanks gesaneerd, echter op basis van inmiddels achterhaalde inzichten.

 

Het Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks (BOOT)
Het doel van het BOOT is de bodem te beschermen door het stellen van regels voor het verwijderen van tanks die niet meer worden gebruikt en het stellen van regels voor in gebruik zijnde en voor nieuwe tankinstallaties.

 

Toepassingsgebied
Het BOOT is van toepassing op ondergrondse stalen en kunststof tanks (inclusief de bijbehorende leidingen en appendages). Ook gedeeltelijk ingegraven tanks vallen onder het BOOT.


De vloeistoffen waarop het BOOT betrekking heeft, zijn onder meer:
* vloeibare brandstoffen, zoals lichte en halfzware olie en gasolie (geen LPG)
* afgewerkte olie
* huishoudelijk afvalwater

Per 1 januari 1999 is het verplicht een tank die niet meer wordt gebruikt te verwijderen.


Alleen in incidentele gevallen waar verwijderen niet mogelijk is (als de tank bijvoorbeeld onder een gebouw ligt, of er zeer dicht tegenaan ligt) kan worden volstaan met het onklaar maken en afvullen van de tank. Zowel het verwijderen als het onklaar maken dient te gebeuren door een erkend saneringsbedrijf.

 

Het verplicht verwijderen van tanks
In het BOOT zijn voorschriften gesteld bij beëindiging van het gebruik van tanks. Deze betreffen in het kort:

  • melding van het beëindigen van het gebruik aan het bevoegd gezag;

  • binnen 2 maanden de tank verwijderen of onklaar maken door een erkend tanksaneringsbedrijf;

  • indien vloeibare brandstoffen of afgewerkte olie werd opgeslagen moet een bodemonderzoek plaatsvinden door een erkend bedrijf.
     

Sanering van tanks die al voor 1 maart 1993 zijn geleegd en onklaar gemaakt
In deze gevallen bestaat er geen saneringsverplichting. Wel kan het bevoegd gezag (i.c. de gemeente) aanvullende eisen stellen. Dit zal per gemeente kunnen verschillen en is ook afhankelijk van de gebruikte saneringsmethode.
Inmiddels is er een certificeringsregeling voor het hersaneren van tanks.

 

Nieuwe opslagtanks en voortgezet gebruik
Het BOOT geeft uitgebreide regels voor de opslag in ondergrondse tanks. Deze betreffen onder meer:

* bodemonderzoek;
* (introductie) keuring van de tank door of namens Kiwa;
* stellen van financiële zekerheid, b.v. door een verzekering.

 

Het Activiteitenbesluit
De regels voor ondergrondse tanks staan sinds 1 januari 2008 in het ‘Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’ (Activiteitenbesluit).
Het besluit en de gelijknamige regeling geven aan welke bodembeschermende voorzieningen en maatregelen bedrijven moeten nemen om bodemvervuiling te voorkomen. Ook het ‘Besluit opslaan in ondergrondse tanks’ (BOOT) is opgenomen in het Activiteitenbesluit.

 

Vallen ondergrondse tanks bij particulieren onder het Activiteitenbesluit?
Ja; tenminste als de tank een volume heeft van minimaal 1 m3 of 1.000 liter.

 

Bovengrondse tanks
Ook de regels voor bovengrondse tanks staan sinds 2008 in het ‘Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’ (Activiteitenbesluit).
Het besluit en de gelijknamige regeling geven aan welke bodembeschermende voorzieningen en maatregelen bedrijven moeten nemen om bodemvervuiling te voorkomen.

 

Keuring van bovengrondse tanks
Een bovengrondse tank moet binnen 15 jaar na installatie gekeurd worden.
Tanks met vloeibare brandstoffen en afgewerkte olie, die zijn opgericht voor 1 januari 2000, hebben minimaal een keuringstermijn van 15 jaar gekregen. Dat wil zeggen dat alle bestaande tanks met vloeibare brandstoffen en afgewerkte olie uiterlijk 1 januari 2015 gekeurd moeten zijn.

 

Besluit landbouw milieubeheer – Bovengrondse dieselolietanks zonder installatiecertificaat
Bovengrondse olietanks zonder installatiecertificaat moeten uiterlijk vijftien jaar na de eerste ingebruikname een entree-keuring ondergaan. Ontbreekt een mangat of inspectie-opening, dan moet de tank na het verstrijken van de 15 jaar buiten gebruik worden gesteld.

 

Olietanks bij landbouwbedrijven hebben vaak geen installatiecertificaat. Hierdoor kan het bij oude tanks onduidelijk zijn wanneer de tank precies in gebruik is genomen. Daarom bepaalt het Besluit landbouw dat de entreekeuring voor tanks die voor 1 juni 1996 zijn opgericht, uiterlijk 1 juni 2011 moet plaatsvinden. Tanks die voor 1 juni 1996 zijn opgericht en geen mangat of inspectie-opening hebben, moeten uiterlijk 1 januari 2015 buiten gebruik zijn gesteld.